Wat is biologische beschikbaarheid

Biologische beschikbaarheid is de mate waarin een actieve stof, een vitamine bijvoorbeeld, in de bloedbaan arriveert. De vitaminen moet beschikbaar, toepasbaar zijn voor het lichaam. Belangrijk bij biobeschikbaarheid is dat de actieve stof onverandert in de circulatie (bloedbaan) aankomt. De beschikbaarheid van een actief ingrediënt wordt ook uitgedrukt als F van “force” de kracht. Een F van 50% geeft aan dat slechts de helft van een vitamine beschikbaar is voor het lichaam. Bij het formuleren van supplementen en medicijnen wordt rekening gehouden met de F. Als voorbeeld: een pijnstiller wordt slechts voor 2 – 5% opgenomen, daarom is de dosering in een tablet ook 50 tot 20 keer hoger om de gewenste hoeveelheid in de bloedbaan te krijgen.

De biobeschikbaarheid is een voorwaarde voor de biologische activiteit, de werking van de actieve stof. Als het ingrediënt niet in de bloedbaan geraakt kan het geen activiteit veroorzaken.

Samenvattend: 1000 mg vitamine C is mooi in een tablet maar wat telt is de mate waarin in de circulatie (bloedbaan komt) en beschikbaar is voor het lichaam.

Wat beïnvloedt biologische beschikbaarheid

Vitaminen en mineralen krijg je binnen via voeding. De vorm van die voeding heeft invloed op de beschikbaarheid. Voeding die bewerkt is, verhit of gekookt, bevat nog steeds vitaminen…. Maar de structuur is anders, sommige vitaminen zijn uiteengevallen en wordt niet tot nauwelijks opgenomen.

Maagzuur en spijsverteringsenzymen hebben invloed op de structuur van vitaminen en verminderen zo de absorptie.

Ook hebben vitaminen en mineralen cofactoren die de opname ondersteunen en er zijn factoren in voeding die opname afremmen.

Koffie, thee, fytine (granen) en oxaalzuur (groenten) binden zich aan mineralen waardoor deze uitgescheiden worden. Zink en koper, zink en ijzer, ijzer en calcium werken elkaar tegen in de opname. Ook is er een “strijd” om receptoren die nodig zijn voor de opname. Is een receptor bezet dan kan het volgende mineraal niet opgenomen worden.

Andersom: vitamine C helpt de ijzeropname en vitamine D ondersteunt de calcium opname. Prebiotica (oplosbare vezels) ondersteunen de opname van calcium en magnesium. De opname van vitamine A, D, E en K vraagt om vetten bij de absorptie.

De biologische beschikbaarheid van nutraceuticals (voedingssupplementen) is afhankelijk van de matrix (andere ingrediënten waarin de vitaminen en mineralen zich bevinden), het maagzuur, de spijsverteringsenzymen en de doorlaatbaheid van de (dunne) darmwand. De epitheelcellen, het darmslijmvlies, moet de vitaminen en mineralen kunnen opnemen.        

Nanoceuticals – liposomale supplementen

Om al die belemmeringen in de opname te passeren worden er nieuwe technologiën toegepast. Vitaminen worden gecoat (time released, enteric coating) om ze te beschermen tijdens de maagpassage. Mineralen worden ingepakt in bijvoorbeeld bisglycinaat en stoffen worden geïsoleerd verpakt in maagzuurbestendige capsules. Vetzuren (EPA/DHA) worden verkleind in een emulsie gebruikt, een micro-emulsie zoals de vis-vetzuren in de supplementen van ProVen.

Die technieken hebben allemaal invloed op de opname. Immers, exact aan het begin van de dunne darm moet de inhoud vrijkomen. Dat blijkt niet altijd en niet altijd in voeldoende mate te lukken.

Liposomaal gecoate vitaminen zijn een zeer effectieve “verpakkingsvorm”. Onder de liposomale vitaminen zie je verschillende vormen; liposomaal, micellen, blends van lecithine en vitaminen, omgekeerde micellen en bijvoorbeeld microemulsies die de vitaminen beschermen.

De vorm met een dubbele laag fosfolipiden beschermt erg goed en heeft als voordeel dat de lichaamscellen zelf een fosfolipiden buitenkant hebben die het transport van de vitaminen in de cel faciliteert.

De nanotechnologie geeft mogelijkheden om actieve ingrediënten te verkleinen tot een nano-niveau. Ingrediënten kleiner als 100 nm zijn verboden. Het ingrediënt “liposoom” moet daarom groter zijn dan 100 nanometer. De liposoom kan gevuld worden nanodeeltjes, vitaminen verkleind tot nano-niveau door deze (na een bewerking) op te lossen in water. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/33738677/

Belangrijk is steeds dat de vitaminen in het liposoom heel klein zijn, 10 tot 50 nanometer. Die nano-technologie houdt namelijk de liposoom ook klein,100 tot 200 nanometer. Daarboven worden de liposomen te groot om goed opgenomen te worden. Bij de liposomen-fabriek noemen wij dit nano-ceuticals of echte liposomen.

Vitamine injecties en infusen

Met nano-particles in liposomen zijn vitaminen en mineralen beschermd tijdens de maagpassage en kunnen zij door de darmwand heen in de bloedbaan en de lymfen aankomen. Met een injectie of een infuus worden deze barrières ook gepasseerd. Dubbele liposomen zijn een alternatief voor vitamine-injecties en en bijvoorbeeld vitamine C-infusen.

Een vitamine C infuus geeft per dosering tussen de 25 gram en 80 gram vitamine C. Intraveneuze toediening van vitamine C resulteert in een 100% biologische beschikbaarheid. Oraal in de liposomale vorm betekent dit ongeveer 20% meer vitaminen en verdeeld over 6 inname momenten. Nutrins heeft een vergelijkend onderzoek geïnitieerd in een ziekenhuis in Seoul.

Hoog gedoseerde vitamine C (oraal) kent bij overdosering ene osmotisch effect. De opnam capaciteit van de damrnwand is dan volledig benut en het teveel aan vitamine C leidt tot diarree, het osmotische effect. Met injecties, infusen of liposomen wordt dit effect voorkomen.

Blog: Waarom worden liposomale supplementen beter opgenomen.

afbeelding https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/34136200/